Groene Economie vraagt duurzaam onderwijs

Door Marga Hoek, directeur De Groene Zaak

Eigenlijk is het allang geen keuze meer: willen we onze welvaart op peil kunnen houden, dan zal de economie van de toekomst een Groene Economie moeten zijn. Die Groene Economie zal wezenlijk andere kenmerken hebben dan onze huidige. En dus zullen er ook andere succesfactoren gelden voor ondernemen en zakendoen. Waar kennis nu nog wordt beschermd in een - vaak ijdele - poging een concurrentiële voorsprong te behouden, zullen in de Groene Economie het delen van kennis, open source samenwerking en brede businessmodellen (ketendenken) centraal staan. We groeien langzaam toe naar een volledig nieuwe set economische - en duurzame - parameters, en wie ‘oud’ blijft denken heeft geen toekomst.

Ondernemingen die onder dit nieuwe economische gesternte succes willen boeken zullen medewerkers nodig hebben die begrijpen dat de wereld veranderd is en die over nieuwe inzichten en (combinaties van) competenties beschikken. Veel ondernemingen binnen De Groene Zaak ervaren dit aan den lijve. Zij innoveren, zetten nieuwe businessmodellen in de markt en hebben grote behoefte aan medewerkers en managers die de regels van het spel succesvol kunnen herschrijven. Die - veelal jonge - mensen worden op dit moment opgeleid, van peuterspeelzaal tot MBA, van MBO tot universiteit. Dáár moet de kiem gelegd worden voor wat ik maar even gemakshalve ‘duurzaam denken’ noem.

De hamvraag is in hoeverre ons onderwijs nu al voorsorteert op dit nieuwe denken en de competities die nodig zijn in de Groene Economie. Mijn voorzichtige inschatting is dat duurzaamheid in het onderwijs nog vooral iets is dat vorm krijgt in de operationele bedrijfsvoering (bijvoorbeeld door de verduurzaming van huisvesting) of als vrijblijvend keuzevak in het gewone curriculum. Dat is prima, maar bij lange na niet voldoende om het onderwijs te maken tot wat het moet worden: een broedplaats van jonge mensen die niet langer worden opgeleid volgens de wetmatigheden van de ‘oude economie’ maar juist worden geprikkeld en gestimuleerd om onze economie opnieuw – en nu duurzaam – vorm te geven.
Kort door de bocht: de Groene Economie zal gefundeerd zijn op duurzaam onderwijs en net als in het bedrijfsleven moet duurzaamheid de norm zijn, niet een keuze(vak). Eén blik op de economieboeken die mijn dochter op school gebruikt leert mij dat daarvan nu geen sprake is.

Ook in het onderwijs moet het roer dus om, wat De Groene Zaak betreft. We beseffen ten volle dat dit niet in één keer kan en dat het een proces van stappen zal zijn. Dat proces heeft overigens wel aan aanvang genomen: ik noem de oprichting van het Sustainable Finance Lab van Herman Wijffels en Klaas van Egmond, en de onderwijsactiviteiten van mensen als Marko Hekkert en Jacqueline Cramer. Nyenrode Business University kent een Center for Sustainability, met Anke van Hal als een van de meer prominente trekkers. En dan zijn er nog initiatieven als De Groene Generatie, Stichting Duurzame Scholen en diverse programma’s van individuele universiteiten. Zoals gezegd: de eerste stappen naar wat het einddoel moet zijn: duurzaamheid als een van de ‘voedende’ bronnen van ons onderwijs. Iedere dag, op elk niveau.

Overigens proberen we vanuit mijn organisatie ook een bijdrage te leveren aan dit proces. Zo is ‘bouwen aan een duurzaam leiderschap’ bewust opgenomen als een van onze business principles en we bekijken op dit moment of het mogelijk is een nieuw netwerk op te richten dat moet bijdragen aan een bundeling van alle kennis over duurzaamheid. Veel van die kennis en initiatieven zijn namelijk verspreid over talloze onderwijsinstellingen en instituten. Ook hier weer: verbinden (milieukunde en economie en bedrijfskunde staan niet los van elkaar!) met een open oog voor brede economische innovatie. Als dat het motto wordt van het onderwijs van de toekomst dan komt het wel goed met De Groene Economie.

Deze column verscheen eerder in MilieuMagazine 1011 (2011)